Ga naar inhoud
CursussenLinuxHoofdstuk 3

Hoofdstuk 3 van 12 · Werkstation

Command Line Interface (CLI)

2 lesuren

De command line is de basis van professioneel Linux-beheer. In dit hoofdstuk leer je veilig navigeren, bestanden beheren, tekstbestanden lezen en bewerken en informatie opzoeken.

Na dit hoofdstuk kun je

  • Een terminal openen en het huidige pad bepalen.
  • Mappen en bestanden maken, kopiëren, verplaatsen en verwijderen.
  • Handleidingen gebruiken en output met een pipe verwerken.
  • Met nano een tekstbestand bewerken en opslaan.

Waarom werken met de terminal?

Op servers ontbreekt vaak een grafische omgeving. Beheerders werken daarom met de CLI en maken via SSH verbinding. De terminal is ook op een desktop handig: herhaalbare opdrachten zijn vaak sneller dan veel klikken.

Een opdracht bestaat meestal uit een programma, opties en argumenten. Bijvoorbeeld: ls -l /home. Hier is ls het programma, -l een optie en /home de map.

  • Linux is hoofdlettergevoelig: Tux is iets anders dan tux.
  • Met TAB kun je bestandsnamen en commando’s aanvullen.
  • Veel commando’s geven bij succes geen tekst terug.
  • Vraag eerst hulp op met --help of man.
Waar ben ik?
pwd
Bekijk bestanden en mappen
ls -la
Bekijk de handleiding
man ls

Door mappen navigeren

Het Linux-bestandssysteem begint bij /, de root van de mappenstructuur. /home bevat persoonlijke mappen, /etc configuratie, /var veranderlijke gegevens zoals logs en /tmp tijdelijke bestanden.

Een absoluut pad begint met /. Een relatief pad wordt geïnterpreteerd vanaf de huidige map. .. betekent één niveau omhoog en ~ verwijst naar je eigen home-directory.

Ga naar je persoonlijke map
cd ~
pwd
Maak een oefenmap en navigeer erin
mkdir -p ~/Tux/oefening
cd ~/Tux/oefening
pwd
Ga één niveau omhoog
cd ..
ls -l

Bestanden en mappen beheren

Maak eerst testbestanden aan. Gebruik bij verwijderen bij voorkeur rm -i om te voorkomen dat je per ongeluk het verkeerde bestand verwijdert. De terminal gebruikt hierbij geen gewone prullenbak.

Maak een bestand aan
cd ~/Tux/oefening
touch eerste-bestand.txt
ls -l
Kopieer en hernoem een bestand
cp eerste-bestand.txt kopie.txt
mv kopie.txt hernoemd.txt
ls -l
Verwijder het testbestand met bevestiging
rm -i hernoemd.txt
Verwijder alleen een lege map
cd ~/Tux
rmdir oefening

Systeeminformatie en tekstbestanden lezen

Linux bewaart veel instellingen als leesbare tekstbestanden. Je kunt ze bekijken zonder ze te wijzigen. Een pipe (|) stuurt de uitvoer van het ene programma door naar het volgende programma.

Welke distributie gebruik je?
cat /etc/os-release
Bekijk eerdere commando’s pagina voor pagina
history | less
Netwerkadressen bekijken
ip addr
Eenvoudig zoeken in tekst
grep "NAME=" /etc/os-release

Werken met nano

Nano is een eenvoudige terminaleditor. Onder in het venster staan sneltoetsen: Ctrl+O opslaan, Enter bevestigen, Ctrl+X afsluiten en Ctrl+W zoeken.

Voor de oefening bewerk je uitsluitend een eigen kopie van een configuratiebestand, nooit het originele bestand in /etc.

  1. Open de kopie van het bestand met nano.
  2. Zoek met Ctrl+W naar je gebruikersnaam.
  3. Voeg bovenaan de kopie een commentaarregel toe met het doel van de oefening.
  4. Sla op met Ctrl+O, bevestig met Enter en sluit af met Ctrl+X.
Maak een veilige kopie in je homedirectory
cp /etc/passwd ~/Tux/passwd-oefening.txt
nano ~/Tux/passwd-oefening.txt
Bekijk de eerste regels na het opslaan
head -n 10 ~/Tux/passwd-oefening.txt

Praktijkopdracht

Maak een eigen command-line oefenomgeving

Voer de stappen zonder de grafische bestandsbeheerder uit.

  1. Maak binnen ~/Tux de map cli-lab aan.
  2. Maak twee lege tekstbestanden aan en hernoem er één met mv.
  3. Kopieer /etc/os-release naar de map en open de kopie met nano.
  4. Bekijk de uitvoer van ls -la, pwd, ip addr en history | less.
  5. Verwijder één van je testbestanden met rm -i en controleer het resultaat.

Bewijs voor je logboek: Screenshots van de terminal met pwd, ls -la en een open nano-bestand.

Controleer je kennis

  1. Wat is het verschil tussen een absoluut en een relatief pad?
  2. Waarom is rm -r risicovoller dan rmdir?
  3. Wat doet de pipe in history | less?
  4. Waarom werk je bij nano-oefeningen met een kopie van /etc/passwd?

Begrippen

CLI
Command Line Interface.
pwd
Toont de huidige map.
cd
Verandert de huidige map.
Pipe (|)
Stuurt uitvoer door naar een andere opdracht.
nano
Teksteditor in de terminal.
SSH
Versleuteld protocol voor beheer op afstand.

Hoofdstuk afgerond?

Voer eerst de praktijkopdracht uit en sla je bewijs op in je eigen logboek.